Medewerker van de maand (juli 2020): Gunnar De Boel

Het is een bijzondere zomervakantie voor prof. dr. Gunnar De Boel: na meer dan dertig jaar bij onze afdeling gaat hij volgend academiejaar op emeritaat. Daarom is hij onze #medewerkervandemaand juli.

 

Hoewel je doctoraat over Oudgriekse taalkunde ging, ben je tegenwoordig een van de grote specialisten van Nieuwgriekse letterkunde; hoe verklaar je deze ommezwaai?

Ik heb dat persoonlijk nooit als een ommezwaai ervaren. Ik heb altijd met veel plezier ook letterkunde gelezen, met altijd wel een bijzondere taalkundige belangstelling voor de manier waarop een gedachte precies uitgedrukt wordt en de samenhang van een tekst vorm krijgt. En aangezien, zoals de dichter zegt, Τη γλώσσα μου έδωσαν ελληνική / το σπίτι φτωχικό στις αμμουδιές του Ομήρου (‘Ze gaven me de Griekse taal / een armoedig huis op de kusten van Homerus’), lag het voor de hand ook de Nieuwgriekse literatuur te lezen (het citaat komt uit ‘Το Άξιον Εστί’ van Odysseas Elytis – nvdr). En als je iets bestudeert, moet je het goed doen.

Je bent al enkele jaren bezig met de Nederlandse vertaling van het boek ‘Ο ήρωας της Γάνδης’ van Νίκος Καχτίτσης. Je boek is echter meer dan een vertaling alleen: zo heb je ook heel veel onderzoek gedaan naar de auteur en de onderliggende motieven. Als ik het me goed herinner heb je zo bijvoorbeeld zelfs een bezoekje gebracht aan zijn familie in Griekenland. Wil je wat meer vertellen over de onderliggende intriges of moet dat nog geheim blijven?

Kachtitsis is een intrigerende auteur. Hij is met de grote emigratiegolf na de burgeroorlog eerst naar Kameroen getrokken, en heeft zich vervolgens definitief in Canada gevestigd. Enkel op het laatste ogenblik, toen hij al ongeneeslijk ziek was, is hij naar zijn vaderland teruggekeerd om daar in 1970, nu net 50 jaar geleden, op 44-jarige leeftijd te sterven. Ik heb zijn echtgenote en zijn zoon in Montréal bezocht in 2009, in het huis waar hij nog zelf gewoond had, en heb daar zijn bibliotheek bestudeerd. Hij was een heel belezen man, die naast Grieks ook vlot Engels en Frans sprak en las. Onze Gentse Maeterlinck was, naast oudere auteurs als E.T.A. Hoffmann en Edgar Allan Poe, een van de hoofdinspiratiebronnen voor zijn “De held van Gent”, die op een aantal punten als voorloper van Paul Austers “New York Trilogy” kan beschouwd worden. Meer zal inderdaad duidelijk worden bij de eigenlijke lectuur!

Vanaf wanneer zullen we je boek kunnen kopen en lezen?

Het boek zou nu, na de coronaperikelen en de afgelastingen van symposia en festiviteiten, toch eind april voor lectuur beschikbaar zijn.

“Ik heb altijd met veel plezier ook letterkunde gelezen, met altijd wel een bijzondere taalkundige belangstelling voor de manier waarop een gedachte precies uitgedrukt wordt.”

Stel dat je geen professor Grieks zou geworden zijn, wat had je graag nog gestudeerd en/of als beroep gedaan?

Professor internationale betrekkingen zou ik wel zien zitten, of eigenlijk liever nog, raadgever achter de schermen van de machtigen der aarde op het gebied van buitenlandse politiek, zoals lieden als Henry Kissinger (voor hij minister werd) of Jacques Attali.

Je komt uit Antwerpen, werkt in Gent, woont in Rijsel en bezoekt regelmatig je (klein)kinderen in Parijs; hoewel de afstand tussen deze vier steden niet onnoemelijk groot is, kan ik me inbeelden dat er toch mentaliteitsverschillen zijn. Heb je ooit communicatie- of andere problemen gehad door op een bepaalde manier te communiceren/reageren die in de ene stad wel geaccepteerd is, maar in de andere niet zo?

Er zijn inderdaad wel verschillen, zelfs tussen nabije steden als Antwerpen en Gent. In Antwerpen doen wij graag aan zwanzen, wat in de bloedserieuze parking buiten Antwerpen vaak niet begrepen wordt en al gauw voor dikkenekkerij wordt versleten. Ook tussen Rijsel en Parijs zijn er serieuze verschillen. De – toegegeven, van een scherpe geest voorziene – Parijzenaar voelt zich natuurlijk mijlenver boven de rest van de (ook Franse) mensheid verheven, en laat niet na dat op al dan niet subtiele wijze te laten merken, terwijl je in Rijsel en elders “in de provincie” altijd op sympathie en spontane medewerking kunt rekenen. Je begroet ook mensen die je niet kent systematisch, wat in Vlaanderen maar zelden gebeurt. De verzuring van onze samenleving is helaas geen mythe…

Tussen de tijd dat jij student was en vandaag zijn er heel wat veranderingen doorgevoerd in academia en op de universiteit. Zijn er zaken die je opgevallen zijn?

Op het gevaar af om voor een voorspelbare laudator temporis acti door te gaan vind ik dat de ongehoorde bureaucratisering, rapportering, evaluering geen goede zaak is. Wat het onderzoek betreft is het natuurlijk zo dat er vroeger collega’s waren die zelden of nooit publiceerden, wat nu onmogelijk is geworden. Maar daar staat tegenover dat de inhoud van die publicaties van tegenwoordig soms niet om over naar huis te schrijven is, dat dikwijls ook het warm water opnieuw uitgevonden wordt (wie neemt nog de tijd om publicaties die niet op het net te vinden zijn op te zoeken en, vooral, grondig te lezen?) en vooral dat zoveel tijd moet gestoken worden in aanvragen en verantwoordingen. Het stroomlijnen van onderzoek leidt tot voorspelbare resultaten, en het kan niet de doelstelling van academisch onderzoek zijn om al op voorhand te weten tot welke bevindingen je zal komen. De verzuring, zowel bij het academisch personeel als bij de studenten, vermindert bovendien het arbeidsplezier…

En dan natuurlijk dé clichévraag die gesteld moet worden: wat ga je doen tijdens je pensioen? Lineair A ontcijferen? Hiërogliefen leren? Nog een Nieuwgrieks boek vertalen? De academische/intellectuele wereld achter jou laten en wijnboer worden in Zuid-Frankrijk, of schaapherder op Kreta?

Lineair-A, hiërogliefen, daar zeg je wat! Maar in eerste instantie wil ik mijn Arabisch en mijn Russisch, die ik decennialang schandelijk verwaarloosd heb, weer enigszins op peil brengen. En de bestudering van de enorme invloed die de Griekse woordenschat op de Latijnse en daarmee op de gehele Europese heeft uitgeoefend, via leenwoorden en leenvertalingen, staat nog altijd op mijn agenda. Mijn studenten Nieuwgrieks weten wel dat die invloed altijd een van mijn stokpaardjes is geweest. Het helpt ook zo enorm om woorden te onthouden als je die verbanden tussen de talen ziet… Voor wijnboer en schaapherder hebben ze veel betere mensen dan ik!

“De bestudering van de enorme invloed die de Griekse woordenschat op de Latijnse en daarmee op de gehele Europese heeft uitgeoefend, via leenwoorden en leenvertalingen, staat nog altijd op mijn agenda. Het helpt zo enorm om woorden te onthouden als je die verbanden tussen de talen ziet.”

Ten slotte nog een luchtig vraagje om af te sluiten: wat is je favoriete Griekse woord, gaande van Proto-Grieks tot Nieuwgrieks?

Er zijn heel wat leuke woorden in het Grieks, maar mijn favoriet moet dan toch σαρκασμοπιτυοκάμπτης “die tandenknarsend pijnbomen buigt” van Aristophanes zijn.