Berenice Verhelst – “Non verbum e verbo sed sensum de sensu”: Grieks in vertaling door de eeuwen heen – wegens covid-19 wordt deze lezing DIGITAAL aangeboden!

Wanneer Cicero het heeft over zijn vertaling van Demosthenes’ redevoeringen, stelt hij daarbij expliciet dat hij niet vertaald heeft als tolk maar als redenaar. Hieronymus vertaalde de Bijbel niet woord voor woord, maar naar de betekenis. De rederijker Cornelis van Ghistele verklaarde in 1554 dat hij de Aeneis van Vergilius “retoryckelijck” had overgezet “plaisant ende weerdig om lezen”. Hij vertaalt als dichter in een eigentijdse dichtvorm, taal en stijl – zoals voor hem bijvoorbeeld ook Ausonius, en na hem o.a. Joost Van den Vondel, Alexander Pope en Christopher Logue. Deze voordracht voert langs enkele hoogtepunten en markante momenten uit de vertaalgeschiedenis van het Grieks en het Latijn, beiden als vertaaltalen (vooral dan het Latijn) en vertaalde talen (vooral het Grieks), van in de oudheid tot vandaag, van Livius Andronicus tot Emily Wilson. We snuisteren in een kleurrijk verleden, met een kritische blik op de huidige vertaalpraktijk en ook met vragen voor de toekomst. Vertalingen zijn immers nooit een neutraal doorgeefluik. Ze geven een interpretatie, gekleurd door eigentijdse opvattingen (ook over vertalen), maar fungeren wel als plaatsvervanger en ambassadeur van de brontekst. En zowel Latijn als Grieks kunnen vandaag de dag wel enkele goede ambassadeurs gebruiken!

Bekijk hier de opname!

Ilse De Vos – Meertaligheid in Griekse manuscripten

De titel van deze bijdrage is bedrieglijk eenvoudig. Want, wat is een manuscript eigenlijk? Wat is een Grieks manuscript? Elk manuscript dat Grieks bevat? Wat verstaan we dan onder meertalige manuscripten? Manuscripten die van meet af aan in meerdere talen opgesteld werden? Of ook eentalige manuscripten die doorheen de eeuwen anderstalige notities allerhande verzameld hebben? En wat met eentalige manuscripten waarin een totaal ander alfabet gebruikt wordt dan dat wat je doorgaans met die taal associeert? Grieks in niet-Griekse karakters bijvoorbeeld. Of omgekeerd natuurlijk. Aan de hand van een verrassende reeks prikkelende voorbeelden zullen we ons over al deze vragen buigen en – wie weet – sommige zelfs beantwoorden. Piep gerust al eens naar dit wereldberoemde manuscript waarmee we de avond zullen aftrappen, een 12de eeuws psalmboek in de British Library waarin Grieks, Latijn én Arabisch vredig naast elkaar staan. Don’t mention the B word!

Emmanuel Roumanis – How Atticism saved Greek from Itself: Contested Language Ideologies in Modern Greek Lexicography

The Greek language has a notably long tradition of linguistic prescriptivism. This tendency is embodied in classical (linguistic) Atticism, a movement that sought to recapture the language of high Attic literature, particularly its vocabulary, and reached its peak at the end of the Second Sophistic (c. II–III CE). This movement coincided with the early stages of diglossia in Greek, a tendency that would find its ultimate development in the ideological struggle between the katharevousa (‘purifying’) and demotic (‘popular’) variants of the language during the nineteenth and twentieth centuries. Consequently, Greek lexicography has been indelibly marked by an internal struggle, a kind of cognitive dissonance, which has sometimes prevented editors of Modern Greek dictionaries from fully adopting modern, more rigorous lexicographical principles that seek to describe Greek words in more objective, less ideological terms.
After a brief outline of the socio-political and historical contexts from which Modern Greek lexicography emerged during the last century or so, a link will be made between the Atticistic lexica of the postclassical period and a purifying, prescriptivising trend that has remained (or in some cases has been intentionally revived) right up until the present. It will be shown that the historical and cultural prestige of classical, Attic Greek continues to weigh heavily upon the modern Greek consciousness.

Klaas Bentein – Grieks in Egypte: papyri als bron voor historisch-sociolinguïstisch onderzoek

Na de veroveringen van Alexander de Grote werd het Grieks de gemeenschappelijk taal (Koine) van een groot aantal sprekers in het Zuidoostelijke Middellandse zeegebied. Het Grieks dat gesproken werd in deze regio was echter niet dat van de Klassieke canon: de taal onderging een fundamentele herstructurering, waarbij het perfectum en futurum verdwenen, de optatief niet langer gebruikt werd, de datief vervangen werd door voorzetsels, woordvolgorde veranderde, etc.

‘Papyri’ vormen een bevoorrechte getuige van deze taalkundige veranderingen: in het droge zand van Egypte werden tienduizenden niet-literaire teksten (geschreven op papyrus) teruggevonden, gaande van boodschappenlijstjes en ontvangstbewijzen tot officiële petities en keizerlijke edicten. Ondanks het grote potentieel, werd de taal van de papyri met wisselende interesse bestudeerd in de loop van de twintigste eeuw, onder meer omwille van het feit dat de teksten vrij moeilijk toegankelijk waren. Recent werd het volledige corpus digitaal ont­sloten, wat een enorme boost heeft gegeven aan het taalkundige onderzoek.

Na een korte introductie tot de geschiedenis van de papyrologie, en de voornaamste niet-literaire genres, gaat prof. Klaas Bentein verder in op de taal van de papyri. Hij argumenteert daarbij voor het belang van een moderne, ‘historisch sociolinguïstische’ invalshoek, waarbij de taal van de papyri niet gezien wordt als een directe reflectie van het gesproken Grieks van die tijd, er ook aandacht besteed wordt aan de hogere taalkundige registers aanwezig in de teksten, en taal en context nauw met elkaar in verband gebracht worden. Hij sluit de lezing af met een voorstelling van een aantal nieuwe ontwikkelingen binnen het lopende Gentse papyrologische onderzoek.

Toon Van Hal – De enige taal op aarde. Grieken over het Grieks

Het Grieks is een geniale taal – dat weten we sinds Andrea Marcolongo er een boek over schreef. Maar wat vonden de Grieken daar zelf van? En wat was hun houding ten opzichte van andere talen? In deze lezing wordt verkend op wat voor taalkundig onderzoek de Grieken zich hebben toegelegd, en aan welke onderwerpen en vraagstukken ze zich niét hebben gewaagd. Het wordt een breed overzicht: van aspectleer tot taalfilosofie, van taalvergelijking tot de uitvinding van de woordsoorten. Bijzondere aandacht gaat uit naar de culturele context van de Griekse talige exploraties. En we zullen nagaan tot op welke hoogte het grammaticaonderwijs Nederlands in onze lagere scholen nog Grieks gekruid is.